In Shoreditch staat deze week een kamer die eruitziet alsof hij nooit is verbouwd. Houten wandbetimmering, vloerbedekking van muur tot muur, stenen sokkels met beelden erop en overal glazen bouwstenen die licht geven. Lee Broom noemt zijn installatie The Chant Chambers en omschrijft het zelf als een elegante maar surreële lounge. Dezeen liep er maandag doorheen en beschreef de sfeer als jaren-zeventig-glamour. Te zien is het nog tot en met 20 september, tijdens het London Design Festival.
Wat daar precies staat
De aanleiding is een lampenserie. De Chant van Lee Broom bestaat uit geblazen glazen kubussen met een uitgesproken ronde vorm erin, in helder of matglas, en is geïnspireerd op de geperste glazen bouwstenen die in de jaren zeventig veel in kerken werden gebruikt als vervanger van glas in lood. In de installatie zie je diezelfde module terug als draagbare lamp, als wandlamp, als rij hangers en als kroonluchter van formaat.
Belangrijker dan de lampen is wat Broom eromheen heeft gezet. Hij wilde het decennium naar eigen zeggen niet namaken maar opnieuw uitleggen, en dat verschil zie je aan alles. Het hout is warm maar niet donkerbruin, de vloerbedekking is voelbaar maar niet hoogpolig, en de kleuren blijven gedempt. Dat is precies het soort vertaling waar een woonkamer iets aan heeft, want de echte jaren zeventig waren behoorlijk zwaar.
Lager zitten, en waarom dat werkt
Het duidelijkste kenmerk van die periode is de zithoogte. Banken uit de jaren zeventig zaten dichter bij de vloer, met een diepe zitting en een lage rug, bedoeld om in weg te zakken en niet om rechtop de krant te lezen. In de winkel zie je dat nu terugkomen bij loungebanken met een zithoogte rond de veertig centimeter en een zitdiepte van zestig of meer.
Dat is prettig zitten en het maakt een kamer optisch hoger, wat in een naoorlogse woning met een laag plafond echt iets oplevert. Er zit wel een prijs aan. Laag en diep zitten betekent moeilijker opstaan, en dat is geen detail als er iemand in huis is met een stramme knie. Ik zou het daarom nooit voor de hele zithoek kiezen. Zet er in elk geval een fauteuil met een normale zithoogte bij, want anders is er letterlijk geen plek meer waar een oudere bezoeker vanaf komt. In het stuk over de juiste fauteuil kiezen staat waar je dan op let.
Ronde vormen en modules
Het tweede kenmerk is de vorm. Rechte hoeken verdwijnen, ronde armleuningen en gebogen rugleuningen komen ervoor terug, en de bank wordt vaker opgebouwd uit losse elementen dan uit een vast frame. Die modulaire opzet is niet nostalgie maar gewoon handig, want je kunt hem bij een verhuizing anders neerzetten en een element bijbestellen als de kamer verandert. In de bankengids staan de modulaire modellen apart, en het aanbod daarin groeit al twee jaar.
Waar het misgaat is bij de ronde bank tegen een rechte muur. Een gebogen model vraagt ruimte om zich heen en werkt alleen als hij vrij in de kamer mag staan of om een hoek loopt. Duw je hem plat tegen de wand, dan houd je twee loze driehoeken over en ziet de kamer er kleiner uit dan voorheen.
Kleur en stof, met een grens
De kleuren die bij deze hoek horen zijn warm en aards, dus roest, cognac, mosterd, chocolade en olijf. In stof kom je uit bij ribstof, corduroy, bouclé en velours, allemaal materialen met een zichtbare structuur die licht opvangen. Wie die kant op wil zonder meteen om te gaan, kan in onze gids filteren op retro, waar inmiddels zo’n dertig modellen onder vallen.
Mijn grens ligt bij de combinatie van alles tegelijk. Een lage cognackleurige ribstofbank in een verder rustige kamer is een goede aankoop die over tien jaar nog staat. Diezelfde bank met bruine wandbetimmering, hoogpolig tapijt, een oranje lamp en een rookglazen salontafel erbij is een decor, en daar woon je niet in. Dat is ook wat Broom in Londen laat zien, want zijn kamer is een installatie voor vijf dagen en geen woonadvies.
Neem er dus één ding uit. De zithoogte, de ronde vorm of de kleur, niet alle drie. Wie dat te behoudend vindt, kan beter kijken naar mid-century, dat een decennium eerder begint en met zijn strakkere lijnen makkelijker in een gewoon huis past. En wie juist de rust wil houden en alleen de warmte zoekt, vindt die in warm minimalisme.
