Een fiets van Jean Prouvé, een tafel van Charlotte Perriand en een aluminium loungestoel van Marcel Breuer die ooit van Peggy Guggenheim was. Het zit allemaal in de collectie die Christie’s op 9 december in New York onder de hamer brengt, meldde ELLE Decor op 19 oktober. Bijna 150 stukken van één anonieme verzamelaar, met een kudde schapen van François-Xavier Lalanne als topstuk, geschat tussen de 3 en 5 miljoen dollar. Dat is niet de wereld waarin de meeste van ons een fauteuil kopen. Toch is dit nieuws interessanter voor je woonkamer dan het lijkt, want een flink deel van wat deze ontwerpers maakten, kun je gewoon nieuw kopen.
Wat er geveild wordt
De veiling heet Anthology of Design en bestaat uit stukken die de verzamelaar sinds het begin van deze eeuw bijeenbracht. Naast de schapen van Lalanne gaat er een zeldzame tafel van Perriand onder de hamer die ze in 1930 maakte voor de eerste tentoonstelling van de Union des Artistes Modernes, geschat op 600.000 tot 800.000 dollar. Van Prouvé komt een van de slechts twee fietsen die hij ooit maakte, met de bijpassende aanhanger. En dan is er de aluminium loungestoel van Breuer uit de collectie van Guggenheim. Christie’s laat een selectie vooraf zien in Tokio, Parijs en New York.
Daphne Riou, hoofd design bij Christie’s, zegt tegen ELLE Decor dat de markt voor designstukken hotter than ever
is. Dat zie je terug in de prijzen, maar ook in iets anders. Wie de naam Perriand of Prouvé eenmaal kent, ziet hun vormen ineens overal terug, van schoolstoelen tot loungebanken.
Wat je wel gewoon nieuw koopt
Hier zit het verschil tussen een origineel en een licentie-uitvoering. Een origineel is een stuk dat in de tijd van de ontwerper zelf is gemaakt. Dat is wat bij Christie’s staat. Een licentie-uitvoering is een stoel die nu nog wordt gemaakt door een fabrikant die daarvoor de rechten heeft van de ontwerper of zijn erven, volgens de oorspronkelijke tekeningen. Die koop je in een gewone designwinkel, nieuw en met garantie. Voor de drie namen uit deze veiling ziet dat er zo uit.
| Ontwerper | Bekend zitmeubel | Wie maakt het nu |
|---|---|---|
| Charlotte Perriand (met Le Corbusier en Pierre Jeanneret) | LC4 chaise longue, ontworpen in 1928 | Cassina, sinds 1965 als enige met licentie |
| Jean Prouvé | Standard Chair (1934), Fauteuil de Salon, Cité | Vitra |
| Marcel Breuer | Wassily, de buisstalen fauteuil uit 1925 en 1926 | Knoll |
| Marcel Breuer | buisstalen sledestoel S 32 en S 64 | Thonet, sinds 1932 |
Een paar kanttekeningen horen erbij. Cassina sloot in 1964 de eerste licentieovereenkomst voor de ontwerpen van Le Corbusier, Jeanneret en Perriand en bracht de LC4 in 1965 op de markt. Bij Prouvé is niet alles meer leverbaar. De Antony-stoel, die hij begin jaren vijftig ontwierp voor een studentencomplex bij Parijs, maakte Vitra van 2000 tot 2012 en die staat nu alleen nog in het archief van Vitra. En bij de buisstalen sledestoel van Thonet ligt het artistieke auteursrecht op de vorm officieel bij Mart Stam, al maakt Thonet de S 32 en S 64 onder de naam van Breuer.
Waar je op let als je er een in huis haalt
Het eerlijke antwoord is dat zo’n klassieker geen bank vervangt. Een Wassily of een Standard Chair is een stoel om op te zitten, niet om in weg te zakken, en dat merk je na een uur. Wie een plek zoekt om een avond te lezen, zit beter in een fauteuil die daarvoor is gemaakt. Ik zie deze stoelen het liefst als het ene stuk met een verhaal naast een rustige bank, zoals we ook schreven over een fauteuil bij je bank kiezen. De regels over zithoogte en maat gelden hier net zo goed.
De LC4 is het uitzonderlijke geval. Dat is een ligstoel, en hij vraagt ruimte. Hij is lang en laag, en staat het mooist vrij in de kamer met loopruimte eromheen. Wie twijfelt of er in de woonkamer plek is voor een ligmeubel, leest eerst ons stuk over een chaise longue kopen. Daar gaat het over de chaise longue als deel van een bank, maar de vragen over ruimte zijn dezelfde.
Let verder op het materiaal. Buisstaal met leer of stof, zoals bij Breuer, is licht en makkelijk te verplaatsen, en oogt in een kleine kamer minder zwaar dan een beklede fauteuil. Het gebogen hout en plaatstaal van Prouvé zijn bijna onverwoestbaar, die stoelen zijn ooit gemaakt voor scholen en universiteiten. Dat is precies waarom ze het in een gezinshuis goed doen.
Origineel, licentie of namaak
Online vind je van al deze stoelen kopieën voor een fractie van de prijs. Ze lijken van een afstand op het origineel, maar de maten, de buisdikte en de afwerking kloppen zelden. Wie een licentie-uitvoering koopt, krijgt een stoel die volgens de oorspronkelijke tekeningen is gemaakt, met het merkteken van de fabrikant. Wil je weten of een tweedehands exemplaar echt is, vraag dan naar dat merkteken of de aankoopbon en vergelijk het met wat de fabrikant op zijn site laat zien. Bij twijfel geldt dezelfde nuchterheid als bij een tweedehands bank kopen.
Een echt origineel uit de jaren twintig of dertig is iets anders. Dat koop je bij een veilinghuis of een gespecialiseerde galerie, en het is eerder een kunstaankoop dan een meubel. De veiling van Christie’s laat zien hoe ver die prijzen inmiddels zijn opgelopen. Voor de meeste woonkamers is het eerlijke advies dus simpel. Laat de schapen van Lalanne aan de verzamelaars, en kies als je van deze ontwerpers houdt één nieuwe klassieker die je echt gebruikt.
