The Gilded Age is terug. Het vierde seizoen van de HBO-serie begon op 1 november in de Verenigde Staten, met acht afleveringen die wekelijks verschijnen tot de finale op 20 december, meldt ELLE Decor. De intriges zijn leuk, maar veel kijkers blijven hangen bij de kamers. Toch hoef je geen marmer en kroonluchters in huis te halen om iets van die sfeer te krijgen. Kijk je goed naar hoe de makers de huizen hebben ingericht, dan zie je een paar keuzes die ook in een gewone woonkamer werken, te beginnen bij de bank.
In de officiële trailer van het nieuwe seizoen, die ook bij het bericht van ELLE Decor staat, krijg je een eerste blik op de personages en hun huizen.
Twee huizen, twee manieren om rijk te ogen
Wat de serie interessant maakt, is dat er niet één Gilded Age-stijl is. In een interview met 1stDibs legt set decorator Regina Graves, die aan de eerste seizoenen werkte, uit hoe de twee hoofdhuizen van elkaar verschillen. De Russells zijn nieuw geld en willen indruk maken met wat uit Europa komt. In hun salon staan Franse Louis XV-meubels, bekleed in een bronskleurige zijde, op een Aubusson-kleed. De van Rhijns zijn oud geld en hoeven niets te bewijzen. Hun huis is Amerikaans Victoriaans, met zwaar gesneden hout en een stoffering van damast, fluweel en brokaat.
Voor thuis is dat verschil de nuttigste les uit de serie. Kies één van de twee, want juist het mengen van alles wat rijk oogt, maakt van een kamer een decor. Zo vertaal ik die twee routes naar een zithoek van nu.
| Russell-route (licht en Frans) | Van Rhijn-route (donker en Victoriaans) | |
|---|---|---|
| Bankvorm | Slanke rug met een ronding of schulp, ranke poten | Vol model met knopen in de rug en rolarmen |
| Stof | Velours met een zachte glans in brons, oudroze of champagne | Fluweel of ribstof in flessengroen, bordeaux of nachtblauw |
| Hout en metaal | Licht hout en messing | Noten of donker gebeitst hout |
| Kleed | Verwassen Frans of klassiek patroon in lichte tinten | Dieprood of donker, met een dicht patroon |
Welke bank die sfeer draagt
Drie details doen het meeste werk, en één ervan is al genoeg. De eerste is de geschulpte rug, waarbij de rugleuning uit verticale banen bestaat die samen een golvende bovenrand geven. Dat is de vriendelijkste optie, omdat de vorm ook in een strakke kamer goed staat. De tweede zijn de knopen, het zogeheten capitonné, dat je kent van de chesterfield. Daarmee zit je direct in de van Rhijn-sfeer, zeker met rolarmen. In mijn stuk over de bank bij een klassiek interieur lees je meer over die vormen. De derde is zichtbaar hout, een sierlijke poot of een dun randje langs de rug, waardoor een bank meteen minder als modern zitblok oogt.
Er is ook een praktische kant. Een rug met knopen zit steviger en vangt in de groeven stof en kruimels, dus neem hem niet zonder te proberen en bedenk of je er graag een hele avond in onderuit wilt zakken. Een geschulpte rug heeft dat minder, maar check in de winkel of de banen niet in je rug drukken. Zoek je het fluweel erbij, lees dan eerst hoe een velours bank mooi blijft, want juist de glans die deze stijl nodig heeft, laat ook zitsporen zien.
Durf je geen hele bank aan, begin dan met een fauteuil. De stijl werkt goed als één opvallend stuk naast een rustige bank. Praxis verkoopt bijvoorbeeld een chesterfield-fauteuil in fluweel van Vente-unique, gecapitonneerd in de rug en 78 centimeter diep. Hoe je zo’n stoel op maat en zithoogte afstemt op je bank, staat in de uitleg over een fauteuil bij je bank.
Koop de vorm, niet de antieke bank
Een opvallend detail uit datzelfde interview. Op locatie vervangt het team volgens Graves 80 tot 90 procent van het meubilair, omdat de originele stukken dagelijks gebruik en verplaatsen niet aankunnen. Zelfs de makers van een serie over deze tijd draaien dus niet op oude meubels alleen. Voor een bank waar je elke avond op zit, is dat een goed argument om te zoeken naar een nieuw frame in een oude vorm en een antieke bank alleen te kopen als je weet wat de vering en stoffering nog waard zijn.
Stof, kleur en licht, maar dan gedempt
De rijke sfeer komt voor een groot deel uit textiel. In het huis van de van Rhijns hangen zijden gordijnen en is het behang dieper van kleur, en bij de Russells is de slaapkamer zalmroze fluweel en Italiaanse zijde. Thuis kun je daar met minder komen. Eén diepe kleur als basis, bijvoorbeeld smaragdgroen als accent bij bank en kussens, een paar kussens in damast of fluweel en een kleed dat groot genoeg is om onder de bank door te lopen. Het is vooral het laatste dat je kamer samenbindt.
Productiontwerper Bob Shaw geeft in een interview met MovieMaker nog twee aanwijzingen die je zo kunt overnemen. Elektriciteit bestond toen al, maar de meeste mensen konden er niet bij: “These people lived in the dark.” Die schemer hoort bij de sfeer, dus zet het plafondlicht uit en werk met tafellampen en een vloerlamp met warm licht. De tweede aanwijzing is minstens zo bruikbaar. Het behang in het Brook House is twee keer overgespoten om het minder te laten opvallen, en al te veel beeldjes en pronkstukken zouden in beeld alleen maar rommelig worden. Zelfs op de set wordt er dus gedempt.
Zo blijft het een woonkamer
Dat dempen is precies wat je thuis nodig hebt. Geef de kamer één hoofdrolspeler, de bank of de fauteuil, en houd de rest rustig. Je muur hoeft niet behangen en het plafond geen ornament te hebben. Combineer je oude vormen met iets van nu, zoals een eenvoudige salontafel, dan oogt het eigen in plaats van nagemaakt. Dat past ook bij hoe veel kopers bank en fauteuils tegenwoordig mixen in plaats van een compleet stel te nemen.
Wil je het Britser en lossiger, kijk dan naar de Engelse landhuisstijl. Trekt juist de glamour, dan zit je met art deco misschien dichter bij wat je zoekt. Maar wie naar de serie kijkt en denkt dat het thuis wel iets warmer mag, heeft aan een bank met een geschulpte rug, een diepe stof en een lamp op tafel al genoeg.
