Hotelchic in je woonkamer: welke bank geeft die luxe uitstraling thuis

Sanne de Wit avatar

·

Luxe hotellounge met een velours bank, warm licht en kunst aan de muur

Een hotel waar je het liefst in de lobby blijft hangen, heeft meestal iets dat je thuis mist. Het voelt duur, maar niet stijf. Je kunt er zitten zonder dat het een showroom wordt. Dat gevoel is precies waar interieurontwerper Joyce Wang op mikte bij de nieuwe inrichting van het Mandarin Oriental The Landmark in Hongkong, en het is een gevoel dat je verrassend goed naar een gewone woonkamer kunt halen.

Design Milk beschreef op 26 oktober hoe Joyce Wang Studio het hotel ruim tien jaar na de eerste verbouwing opnieuw onder handen nam: 109 kamers en suites, de foyer, de spa en de voormalige MO Bar. Het idee achter de nieuwe inrichting is een herenhuis waarin echt gewoond wordt. Wang liet zich inspireren door de koloniale landhuizen in Hongkong van vroeger, met groen en oranje als basis van het palet, ontleend aan de tuinen van de stad en de terracottatinten van de oude gebouwen. Steen, hout, wandbekleding met structuur, kunst met een verhaal en vazen en objecten die eruitzien alsof ze in de loop van de tijd zijn verzameld, maken het af.

Waarom een hotel duur oogt en een showroom niet

In dat ene begrip, een herenhuis waar in gewoond wordt, zit volgens mij het hele geheim. Hotelchic is niet hetzelfde als glimmend of nieuw. Wat een goed hotel duur laat ogen, is laagjes. Verschillende materialen naast elkaar, kleuren die bij elkaar horen zonder te matchen, en spullen die een verhaal hebben. Een woonkamer waarin alles uit één collectie komt, oogt eerder als een winkel.

Dat is goed nieuws voor wie een nieuwe bank zoekt, want het betekent dat de bank niet alles hoeft te doen. Hij moet vooral een rustige, stevige basis zijn waar de rest omheen kan groeien. En dan maken drie dingen het verschil.

De bank: strakke lijn, stevige stof

Hotelbanken hebben bijna altijd een duidelijke vorm. Een rechte of licht gebogen rug, armleuningen die er niet bij hangen, en kussens die na een dag zitten nog steeds in model zijn. Een vaste rug in plaats van losse rugkussens helpt daarbij enorm, net als een zitting met koudschuim die niet inzakt. Die zitstevigheid is iets wat ik altijd in de winkel zou testen door een paar minuten echt te gaan zitten en dan op te staan: zie je je eigen afdruk nog, dan blijft dat zo.

De stof doet de rest. Velours is de klassieke keuze, omdat het licht vangt en meteen diepte geeft. In de velvet banken uit onze bankengids zie je hoeveel het verschil maakt tussen een effen geweven stof en dezelfde bank in velours. Leer is het andere hotelmateriaal bij uitstek, vooral in cognac en donkerbruin, en wordt mooier naarmate het ouder wordt; dat past precies bij Wangs idee van een huis dat in de loop der tijd is gegroeid. Een selectie staat bij de leren banken.

Wil je het gevoel van The Landmark letterlijk volgen, dan is een groene bank de meest directe vertaling. Diep flessengroen of olijf, gecombineerd met kussens in terracotta, roest of oranje. Het hotel laat zien dat groen en oranje samen warm en verfijnd kunnen zijn in plaats van druk. Kijk voor een basis eens bij de groene banken in de gids, en voor kussens en plaids in het stuk over smaragdgroen als accentkleur.

Wat eromheen moet om het af te maken

Een hotelbank in een kale kamer blijft een bank. De laagjes eromheen maken hem hotelchic. Uit de beschrijving van Design Milk zijn vier dingen goed te vertalen naar een gewone woonkamer.

  • Een vloerkleed met structuur of patroon. In de kamers van The Landmark liggen kleden met een patroon dat is afgeleid van het historische metselwerk van Hongkong. Thuis werkt een kleed met een ingetogen geometrisch motief op dezelfde manier: het geeft de zithoek een fundament.
  • Kunst die je zelf iets zegt. Wang noemt het kunstprogramma streng, omdat er achter elk stuk een verhaal zit. Thuis betekent dat liever één werk waar je iets mee hebt dan een rij posters die toevallig bij de bank kleurt.
  • Objecten die verzameld lijken. Vazen, schalen en kommen die niet uit één winkel komen. Een tweedehands vondst naast iets nieuws is precies wat het hotel nastreeft.
  • Licht op meerdere hoogtes. Hotels werken nooit met alleen een plafondlamp. Een tafellamp naast de bank en een staande lamp in de hoek maken de avond. Meer daarover in licht rond de bank.

Het mooie is dat je dit in stappen kunt doen. Eerst de bank als basis, daarna een kleed, en de rest groeit mee. Juist dat langzame verzamelen maakt het verschil met een kamer die in één weekend uit een folder is ingericht.

Waar je beter niet in trapt

Hotelchic wordt soms vertaald als zoveel mogelijk glans: spiegelwanden, goudkleurige poten, hoogglans overal. Dat is een andere stijl, en eerlijk gezegd een die snel gedateerd raakt. Wang werkt juist met matte, natuurlijke materialen als steen, hout en gesso met barstjes, aangevuld met een paar glanzende accenten in glas. Wil je één glanzend element, laat dat dan een messing lamp of een bijzettafel zijn, en niet de bank zelf. Hoe ver je daarin kunt gaan zonder dat het theatraal wordt, zie je in ons stuk over art deco wonen, de stijl waar veel hotels hun glamour vandaan halen.

Een tweede valkuil is de maat. Hotellobby’s zijn groot, en een bank die daar ruim oogt, is in een Nederlandse woonkamer al gauw te veel. Dezelfde rust krijg je met een kleinere bank en een losse fauteuil ernaast; een hotelgevoel komt nooit uit één groot meubel, maar uit hoe alles samen staat.

Wat ik het meest meeneem uit The Landmark, is dat luxe hier niet zit in het duurste meubel, maar in de zorg waarmee alles is samengebracht. Dat is thuis net zo haalbaar, ook als je bank uit de gewone woonwinkel komt.

Sanne de Wit avatar

Geschreven door