Industrieel wonen is de stijl die een verkeerde bank het minst vergeeft. Staal, ruw hout en beton zijn hard, koel en donker, en zetten alles wat zacht en licht is meteen in de schijnwerpers. In onze bankengids staan tien banken met het label industrieel, op een aanbod van 219. Dat is weinig, en dat komt niet doordat de stijl uit de mode is. Het komt doordat er maar weinig banken zijn die tegen zo’n ruimte op kunnen zonder erbij te staan als een logé die zich verkleed heeft.
Wat staal, hout en beton van een bank vragen
De eerste vraag die ik krijg bij een industriële woonkamer gaat bijna altijd over kleur, en dat is de verkeerde vraag. Begin bij het materiaal. Een ruimte met een betonvloer, zwarte stalen kozijnen en een balkenplafond heeft een zitting nodig die even eerlijk is als de rest. Leer doet dat, omdat het net als beton en staal veroudert in plaats van slijt. Een dikke weefstof of ribstof kan ook, mits hij zwaar genoeg is. Gladde, koele stoffen als velvet horen bij een heel andere stijl en gaan in een industriële kamer glimmen op de momenten dat je dat het minst wilt.
Het tweede is de hoogte. Industriële ruimtes zijn vaak hoog, met ramen die tot ver boven ooghoogte doorlopen. Een hoge, rechte bankrug hakt dat beeld doormidden. Laag en breed werkt beter, met een rug die ongeveer op tafelbladhoogte eindigt, zodat het oog over de bank heen de ruimte in kan kijken. Daar komt de derde eis uit voort, namelijk het onderstel. Een zichtbaar frame van zwart metaal of een lage houten poot houdt de bank van de vloer, waardoor de kamer ruimer oogt en de vloer, die in deze stijl meestal het mooiste onderdeel is, niet half verdwijnt.
Wat er niet bij hoort is het ronde, gezellige model dat nu overal opduikt. Dikke, gerolde armleuningen, bolle rugkussens en poefachtige zittingen zijn gemaakt voor een lichte kamer met een hoogpolig kleed. Zet zo’n bank tegen een bakstenen muur en je hebt twee smaken die elkaar allebei ongelijk geven.
De banken die het hier echt doen
Kijk je naar wat er in de winkels ligt, dan valt op hoe sterk cognac en donkerbruin leer de industriële hoek domineren. De Rodeo van WOOOD bij wehkamp is daar het schoolvoorbeeld van, een driezitter van bijna 280 centimeter in cognac leer, met een rug die laag blijft en naden die je van een meter afstand ziet zitten. Bij fonQ staat dezelfde gedachte in hoekvorm met de Bean van WOOOD in eco-leder, ruim drie meter breed, waarmee je een lange muur onder een rij ramen in één keer vult. Wie minder ruimte heeft kan bij Leen Bakker terecht voor de Otis, een tweezitter van 190 centimeter in kastanjebruin, of bij wehkamp voor de Torino in cognac.
Interessanter vind ik zelf de banken die het van staal moeten hebben in plaats van van leer. De Mareluz van Kave Home bij fonQ staat op een zwart stalen onderstel en laat dat frame ook zien, en dat is precies de logica van de stijl. Het skelet mag zichtbaar zijn. Datzelfde geldt voor de Quebec bij Trendhopper, die stevig zit en weinig franje heeft.
De derde weg is kleur, en dan vooral groen. De Hopper van Montèl in olijfgroen leer en de Nuance loveseat bij Goossens in groen leer bewijzen dat industrieel niet bruin of zwart hoeft te zijn. Olijfgroen leer tegen een bakstenen muur is warmer dan cognac en veel minder voorspelbaar. Van alle leren banken in de gids is dat mijn favoriet voor deze stijl, al moet je er wel bij vertellen dat leer onderhoud vraagt en dat groen leer bij slijtage eerder opvalt dan bruin. Hoe je dat voorkomt, staat in ons stuk over leren banken onderhouden.
De fauteuil is waar het misgaat
Bij de bank denken mensen nog na, bij de fauteuil grijpen ze naar het eerste stoere ding dat ze zien. Meestal is dat een clubfauteuil in versleten look leer, en die maakt van een industriële woonkamer een pub. Er zijn drie richtingen die wel werken. De eerste is een lage loungestoel met leren kussens op een zichtbaar frame van staal of hout, in de traditie van de kantoorstoelen uit de jaren vijftig. De tweede is een strakke draaifauteuil op een metalen kruisvoet, die het functionele karakter van de stijl doortrekt zonder op kantoor te lijken. De derde is juist het tegenovergestelde, namelijk één zachte fauteuil in wol of bouclé in een gedempte kleur, als bewuste uitzondering in een kamer vol hard materiaal.
Wat je in alle drie de gevallen niet moet doen is de fauteuil in hetzelfde leer als de bank nemen. Twee keer cognac in één kamer maakt van je woonkamer een showroomopstelling. Kies een tweede materiaal, dus leer bij de bank en wol bij de fauteuil, of andersom. In onze gids over fauteuils staat per model waar je op let qua zithoogte en rugsteun, want stoer zitten en prettig zitten zijn niet hetzelfde.
Warmte erbij, anders wordt het een loods
De grootste valkuil van industrieel wonen is consequentheid. Wie alles ruw maakt, houdt een kamer over die prachtig is op een foto en kil in november. Drie dingen halen dat eruit zonder de stijl te verraden. Een dik wollen kleed onder de salontafel, dat tegelijk de galm dempt die een betonvloer nu eenmaal geeft. Warm licht op ooghoogte in plaats van alleen spots aan het plafond. En hout dat geen plank is, dus een massief blad of een oud kastje met een geschiedenis. Een industrieel tv-meubel van staal en hout doet dat werk vaak al.
Eén laatste praktische noot. Industriële banken zijn zwaar en vaak breed, en de modellen hierboven lopen van 97 tot ruim 300 centimeter. Meet je kamer voordat je verliefd wordt, want een driezitter in leer die net niet past, staat er de eerste tien jaar wel. Hoe je dat meet, staat in ons stuk over welke maat bank bij jouw woonkamer past.
