Landelijk wonen: de bank die bij hout, linnen en zachte tinten hoort

Sanne de Wit avatar

·

Lichte linnen bank met losse kussens in een woonkamer met houten vloer en daglicht

Landelijk is de woonstijl waar de meeste mensen iets bij voelen voordat ze hem kunnen omschrijven. Hout dat je mag zien, stof die niet glimt, kleuren die uit een duinpan of een moestuin komen. Het is ook de stijl die het snelst de mist in gaat, want tussen landelijk en truttig zit soms maar een bloemetjesgordijn. De bank bepaalt aan welke kant je uitkomt, en daarom begin ik daar.

Wat landelijk eigenlijk is

Landelijk wonen is geen boerderijdecor. Het is een kamer die eruitziet alsof er al jaren in geleefd wordt, met materialen die dat ook echt aankunnen. Denk aan eiken of grenen dat niet strak gelakt is, aan linnen en katoen die na een wasbeurt iets losser vallen, aan aardewerk in plaats van glas. De kleuren blijven dicht bij hun grondstof, dus zand, ongebleekt wit, klei, olijf en een enkele keer een verweerd blauw.

Waar het zich van onderscheidt, zie je pas als je het naast de buren zet. Scandinavisch werkt met dezelfde lichte tinten maar houdt de lijnen strak en de poten dun. Bohemian pakt dezelfde natuurlijke materialen en stapelt er patronen overheen. Landelijk zit daartussen, met zachtere vormen dan de eerste en veel minder drukte dan de tweede.

De stof is de belangrijkste keuze

Begin bij weefstof, linnen of een stevige katoenmix. Die stoffen hebben een zichtbare structuur, ze nemen licht op in plaats van het terug te kaatsen en ze worden mooier naarmate ze langer meegaan. Precies dat laatste is de kern van de stijl. Velvet en teddy zou ik hier laten liggen, want die glanzen of pluizen en trekken de kamer meteen richting glamour of richting kinderkamer. Bouclé kan net, mits het grof en ongeverfd aanvoelt en niet als een wolk suikerspin in de hoek staat.

Een losse hoes is in deze stijl geen compromis maar de bedoeling. Landelijk gaat over een bank waar honden op liggen en kinderen op eten, en een hoes die de wasmachine in kan maakt dat mogelijk. In de bankengids staan daar goede voorbeelden van, zoals de EKTORP van IKEA met zijn afneembare hoezen en de LYNGAA van JYSK in beige. Hoe zo’n hoes zich in de praktijk houdt, schreven we eerder uit in het stuk over banken met een afneembare hoes.

Kleur, en waar je moet stoppen

Zand, beige, gebroken wit en taupe vormen de basis, met olijfgroen en terracotta als de kleuren die het geheel warm houden. Een tweezitter in terra zoals de Collin van Leen Bakker doet dat werk in een kleine kamer al in zijn eentje, en de groene Benito van Seats and Sofas is een compacte variant voor wie liever de tuin naar binnen haalt. Bij de grotere modellen kom je uit bij dingen als de loungebank Fay in wit of de hoekbank Odette in groen bij Goossens, en de cremewitte Phillipe van Montèl.

Waar het misgaat is bij te veel kleuren tegelijk. Landelijk verdraagt twee natuurtinten en een accent, meer niet. Wie de hele kamer in zand zet en er dan nog een okergeel kussen, een blauwe plaid en een roze vaas bij legt, houdt een rommelmarkt over. Dezelfde logica gebruikten we bij de Noordzee-tinten, en die gaat hier net zo goed op.

Vorm en poten

Een landelijke bank heeft losse rugkussens, een zitting die je iets in laat zakken en armleuningen die je kunt vastpakken. Rolarm of een brede rechte arm werkt allebei, een strak afgesneden blokmodel niet. Onderaan hoort hout, en dan liefst een kort, rond of licht getapst pootje in een warme tint. Zwart metaal hoort bij industrieel en chroom hoort nergens bij.

Let vooral op de maat. Deze stijl vraagt om ruimte eromheen, want een mand, een plant en een houten salontafel horen erbij en die hebben lucht nodig. In de gids staan dertien modellen die wij als landelijk hebben bestempeld, van een compacte tweezitter tot een hoekbank van ruim drieënhalve meter, en je vindt ze via de stijlfilter in de bankengids. Meet eerst je kamer op, want de grootste fout in deze stijl is een bank die klopt maar niet past. Hoe je dat doet staat in de maatgids.

De rest van de kamer

Zodra de bank er staat is de rest verrassend simpel. Een linnen kussen of drie in dezelfde familie, een wollen plaid met een zichtbare weving, een salontafel van massief hout met sporen erin, een grote mand voor het hout of de kranten. Aardewerk in mat glazuur, een paar takken uit de eigen tuin, en verlichting die laag hangt en warm is. Geen spots die de hele kamer gelijkmatig uitlichten, want daarmee haal je precies de schaduw weg waar deze stijl van leeft.

Mijn eigen mening na een jaar banken bekijken is dat landelijk de vergevingsgezindste stijl in dit rijtje is. Je mag hier oud en nieuw door elkaar zetten, je mag een vlek hebben, en een bank die na drie jaar iets is ingezakt staat er alleen maar beter bij. Dat is voor de meeste huishoudens een eerlijker uitgangspunt dan een strakke stijl die je vanaf dag een aan het opruimen zet.

Sanne de Wit avatar

Geschreven door